Openingswoord door Manjo van Boxtel bij expositie Wim Lemmens & Beppie Lotterman

Velp, 23 juli 2011

 

Welkom allemaal.

Ik had voor vandaag eigenlijk een heel ander verhaal klaar, maar onderweg in de auto  hoorde ik op de radio dat het dodental in Noorwegen nóg verder is opgelopen.  Ik vroeg me af waar het allemaal voor nodig is. Zoveel ellende en dan gaan wij hier mooi naar kunst kijken. Ik moet zeggen dat ik daar veel moeite mee heb. Maar ik besefte ook al gauw dat we weliswaar niks meer met terugwerkende kracht kunnen doen, maar wel naar de toekomst. En eigenlijk komt dat dan toch bij mijn oorspronkelijke verhaal.

 

Ik ben de laatste tijd veel bezig met hoe er in de maatschappij en de politiek over kunst gedacht wordt. En toen ik hoorde dat Wim en Beppie hier in het kerkje gingen exposeren, kwam er bij mij al gauw een vergelijking boven. Want zoals in vroegere tijden mensen stiekem gingen bidden in schuilkerken, zo staan wij hier -nota bene in een kerkje- om kunst te bekijken. Wij hoeven het nog nét niet stiekem te doen, maar iedereen die hier binnenkomt, wordt natuurlijk wel verdacht van het beoefenen van linkse hobby’s, al dan niet actief. U weet het allemaal: als je tegenwoordig nog met kunst bezig bent, word je steeds meer als zielig gezien, -als niet meer van deze tijd, -als een profiteur van gemeenschapsgeld. Dus móesten we haast wel wegvluchten uit een stad met museum en expositieruimtes om híer, in een kérkje, te kunnen schuilen. En ach, ik weet wel dat dit sterk gechargerd is. Maar zo vóelt het voor mij wel ‘n beetje, zélfs als ik weet dat het huwelijk tussen dit kerkje en de kunst al veel ouder is dan de huidige anti-kunstlobby,

 

Want -beste mensen- wáár zijn wij tegenwoordig eigenlijk mee bezig? En met “wij” bedoel ik u niet in het bijzonder, want u bent -ondanks de heersende mores- toch hiergekomen, omdat u nog steeds een oprechte belangstelling heeft voor kunst. Maar met “wij” bedoel ik de maatschappij in het algemeen, de steeds groter groeiende groep die kunst als linkse hobby bestempelt, als doelloos misbruik van gemeenschapsgeld. Waar is die “wij” mee bezig?

 

Voor steeds meer mensen staat tegenwoordig goede kunst gelijk met wat goed verkoopt. De hele liberaliseringsgedachte is ook opgelegd aan de kunsten. Kunst zou decoratieve handel moeten zijn, niks meer, niks minder. Maar ik vind dat je daarmee heel veel kunst en heel veel kunstenaars onrecht aandoet. Hoewel er veel geld omgaat in kunst, moet het dáár nou net niet om gaan. In míjn ogen heeft kunst een heel ándere functie, die niet alleen het hier en nu maar ook de economische motieven vér overstijgt. Ook vanuit de geschiedenis en de filosofie bezien, heeft de kunst vele functies. Ik noem hier maar een paar, waar de samenleving op dit moment wel eens wat meer bij stil zou mogen staan:

  • Een van die functies is bijvoorbeeld dat kunst onze omgeving en onze maatschappij vanuit een andere hoek beziet. Daarmee stelt de kunst schijnzekerheden en fictieve waarheden uit onze samenleving aan de kaak.
  • Zo zou de kunst ons ook kunnen helpen bij het verwerken van wat er nu weer in Noorwegen is gebeurd, zoals Beppie bijvoorbeeld ook háár kunst destijds gebruikte om de aanslagen op het WTC te verwerken
  • Wat ook heel belangrijk is: kunst zoekt steeds naar nieuwe invalshoeken in de communicatie. Communicatie die onontbeerlijk is in een samenleving.
  • Én: kunst zet je aan het denken, zowel over jezelf, als over jouw omgeving of de maatschappij. In die zin kan kunst een belangrijke bijdrage leveren aan individuele ontwikkeling en emancipatie. En dát zou nog wel eens véél belangrijker kunnen zijn dan we in eerste instantie denken.

Om dat laatste uit te leggen, grijp ik even terug naar de politiek: onze huidige politiek drijft op angst, op het van elkaar laten vervreemden van mensen. Ik denk, dat de samenleving veel meer gebaat is met gelijkheid, onderling vertrouwen en democratie. Dat is misschien nooit helemaal realiseerbaar, maar je moet die waarden wél als ideaal voor ogen blijven houden. Om díe waarden te bereiken, zijn zelfkennis, eigenheid en individuele emancipatie van de mens van levensbelang. Kunst is één van de middelen -er zijn er meer- die hierin een cruciale rol kunnen spelen.

 

En dáár, beste mensen, liggen voor mij de betekenissen van kunst en die moeten we dus kost wat kost blijven koesteren en cultiveren.Oók als dat moet in schuilkerkjes en middels hagepreken als deze.

 

En nou ik dan toch weer terug ben bij dit kerkje, wil ik ook het werk van Beppie en Wim langs deze maatstaf houden. Beppie en Wim zijn twee kunstenaars die zonder subsidie (dat mag hier nog ook wel even genoemd worden) al jarenlang bezig zijn met hun kunstzinnige zoektocht. Twee kunstenaars die hun omgeving bezien, verwerken, vertalen en vervolgens weergeven in hun werk. Twee kunstenaars ook die júist in het alledaagse zoeken naar universele waarden die dat alledaagse ver overstijgen.

Dat doen ze allebei op hun geheel eigen wijze. Béppie laat zich in háár onderzoek leiden door kleur en spiritualiteit. Voor haar is schilderen een spirituele weg, een ontwikkelingsweg. Beppies schilderijen leiden je door geest en ziel. “Het is mijn naakte binnenkant” zegt ze er zelf over.

Wim daarentegen ziet en registreert wat er om hem héén gebeurt. Hoewel zijn werk in eerste instantie abstract oogt, is het een weergave van de concrete werkelijkheid, waarbij Wim vooral het karakter van die werkelijkheid uit wil beelden. En andersom: de beelden van Wim beelden zíjn karakter sterk uit: eenvoudig en zonder opsmuk, maar ook: volkomen in balans en van een grote schoonheid.

 

Zoals ook de godsdienstvrijheid weer terugkeerde in Nederland, zo ga ik er van uit dat er ook weer een tijd zal komen waarin kunst weer gewaardeerd en gerespecteerd wordt. Ik hoop alleen dat het niet tweehonderd jaar hoeft te duren.

Voor nu wens ik u allemaal een prettige middag met veel kunstgenoegens toe. En Wim en Beppie wens ik heel veel succes en inspiratie toe bij het vervolg van hun zoektocht door het leven.

 

Manjo van Boxtel